Lansdragers

lansdragers

Reeds in de dertiende eeuw worden stokwapens opgenomen in de algemene bewapening der voetsoldaten,
die hierdoor tot geduchte en in vele gevallen zelfs superieure tegenstanders van de ruiters worden. Onder stokwapens worden de op lange houten stokken of schachten gemonteerde wapens verstaan, die voor houwen, steken of beide gebruikt worden. Het bekendste stokwapen is de hellebaard.
Het is een in hoofdzaak tot houwen bestemd stokwapen. In de dertiende eeuw wordt gestreefd naar een gecombineerd houw- en stootwapen. In de veertiende eeuw wordt een sterke haak aan de rugzijde geplaatst die er onder andere voor dient om ruiters van hun paard te trekken.
Uiteraard zullen de hellebaarden door het Gilde van St. Jan niet als wapen gebruikt worden, maar puur als folklore en ter aanvulling op het Gilde gelden. De lansdragers van het Gilde van St. Jan hebben nu een nieuw onderdeel aan het Gilde toegevoegd, wat niet maar zo door anderen gebruikt zal kunnen worden. Het pas echt alleen in de geest van een schutters Gilde, naast de bielemannen en de hand- en kruisboogschutters. Met deze uitbreiding is het Gilde nog meer te onderscheiden van een gewone schutterij.
De hellebaarden worden nu niet meer gebruikt om af te schrikken, maar het geflonker van dit prachtig stukje smeedwerk in de zon, zal het Gilde nog meer doen opfleuren.